vrijdag 5 oktober 2012

Eenhoorn

foto: A.M.J. Radstaak

Dit is wat raadselachtig: een hevel bij een stuw. Komen er zulke grote boten langs deze Slinge die stroomt langs Ruurlo? Of zijn ze smal en zwaar? En er zit slechts één katrol op, waar is de andere? Deze gedachten gingen door het brein van de waard uit Vroomshoop, die hier langskwam op zijn brommer. Terwijl hij keek kwamen er paarden langs die over de draad snuffelden, mooie paarden, renpaarden. Het zou een paard geweest zijn dat kon zwemmen en hier uit de beek getakeld werd en iets lager weer verder ging met lange slagen, op weg naar de samenvloeiing met de Berkel. Het beest was een eenhoorn en kwam uit Eden, waar hij vredig leefde met Eva en Adam, dat zei hij althans toen hij de waard figuurlijk voorbij zwom. Deze schudde zijn hoofd, als om zijn fantasieën kwijt te raken en begaf zich weer op weg naar Ruurlo, een erg gewoon dorp in de Achterhoek waar ooit de man leefde die G.J. Heijn doodde. Lees meer bij: http://louisradstaakgedichten.blogspot.nl/2010/03/blessuretijd.html