woensdag 3 juli 2013

Museaal raadsel


“Wat zal ik liefhebben dat niet ’t raadsel is?” (Giorgio de Chirico)

    Op reis naar de Veluwe bromde de waard langs het, in zijn woorden: ‘Veluwemuseum’. Hij parkeerde zijn brommer uit Kornwestheim (D) op een plek in het bos en toog naar de tentoonstelling over Arte Povera, een kunstvorm die hem zou bevallen. Maar eerst staarde hij lang naar een transparant bord vol pictogrammen die probeerde te duiden. Wat stelde dat beeld links (tweede van onder) voor? Een rugzak? En daaronder en rechts daarvan? Het zou wel te maken hebben met: ‘niet aanraken’. De waard ging maar eens aan de slag...
    De term arte povera (arme kunst) werd voor het eerst gebruikt in 1967 door de Italiaanse kunstcriticus Germano Celant om het werk van een aantal jonge kunstenaars te beschrijven die installaties maakten met eenvoudige materialen. De essayist Germano Celant zette de principes van de kunststroming uiteen in Arte Povera uit 1969 en was er uiteraard de grote promotor van.
    Arte povera wilde een verdere evolutie zijn van op-art en popart en wees zowel het ‘schilderij-object’ af van de eerste als de ‘wijze van naar buiten treden’ van de laatste. Deze kunstvorm wilde aansluiting zoeken zowel bij het Amerikaanse neo-dadaïsme als bij het Franse nouveau réalisme. Door het kunstwerk als verhandelbaar ‘product’ te ontkennen, ontstonden kortstondige creaties in vergankelijke materialen en op tijdelijke plaatsen.