zaterdag 24 oktober 2009

Haircut


Elvis
Andy Warbol, Collectie Museum voor Reëele Kunst.

Op aandringen van zijn kersverse muze Merita besloot de eigenaar van het weinig florerende café om even naar de kapper te gaan. Behalve dun en futloos was zijn haar nu ook te lang geworden, het kriebelde in zijn nek. "Ik pas wel even op het café", zei Merita en nestelde zich aan de tapkast. Het haar woei in zijn gezicht toen hij langs het kanaal fietste naar kapsalon In Design. Deze salon onderscheidde zich van anderen door een filosofie uit te dragen, een aangename uitzondering in deze branche. Onder het knippen werd hij altijd bestookt met wijsgerige stellingen waarop hij als leek geen antwoord wist te geven. Bovendien moest hij steeds uitleggen waarom hij nooit op vakantie ging. Zo ook nu, hij zat nog maar net toen het kapstertje hem vroeg hoe zijn herfstvakantie geweest was. Hij murmelde iets onduidelijks dat overstemd werd door de boerenzoon in de stoel naast hem die uitriep: "Bouw der moar un keer langs!". De waard grinnikte zachtjes, die had hij nog nooit gehoord, zijnde een vertaling van wat de boer doet als hij een akker gaat ploegen. Zijn eigen haarwens was even simpel: hij wilde een 'haircut', net als de directeur van de Nederlandse Bank. Eigenlijk niet veel meer dan de spuuglok van Bill Haley, maar dan zonder Brylcreem.
Het meisje ging met zijn hoofd aan de slag, terwijl hij naast de spiegel de filosofie van de kapsalon las: 'Haar op zichzelf is kunst. Tenminste, als je kunst hetzelfde ziet als emotie. Daar komt gevoel bij kijken. Het is een beleving (Beleef). Je wordt ergens warm van, of helemaal niet.' De waard doezelde een beetje weg, schrok op van de Napoleon Blown Aparts op de radio met 'Do you like my haircut' en dacht aan zijn verdienmodel Merita.